Interculturele Communicatie

Presentaties BA-cursus, blok 2 2010-2011, Dep. Nederlands, Universiteit van Utrecht

Head & Shoulders webteksten in het Brits, Amerikaans en Nederlands

Aan de hand van contrastief onderzoek hebben we gekeken naar de verschillen in de head & shoulders webteksten in de Nederlandse, Amerikaanse en Britse taal. Daarbij hebben we gebruik gemaakt van door Juliane House geformuleerde dimensies. We hebben gekeken naar de persoonsgerichtheid/inhoudsgerichtheid/zelfgerichtheid en naar de explicietheid/implicietheid van de webteksten. De gehele site is geanalyseerd. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de Nederlandse head & shoulders teksten veel meer persoonsgericht zijn dan de Amerikaanse en Britse teksten. Er wordt meer gebruik gemaakt van aanspreekvormen en bezittelijke voornaamwoorden die gericht zijn op de lezer. De Amerikaanse en Britse teksten zijn meer inhoudsgericht dan de Nederlandse passages, maar ze zijn vooral meer zelfgericht. In deze Engelse teksten wordt namelijk meer gebruik gemaakt van persoonlijke voornaamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden die gericht zijn op de schrijvers. Deze zelfgerichtheid kan ook een algemeenheid veronderstellen. Ook kwam uit de resultaten naar voren dat de Britse en de Nederlandse webteksten explicieter zijn dan de Amerikaanse bronteksten. In deze teksten komen aanzienlijk meer zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden voor dan in de Amerikaanse varianten. De Britse teksten zijn daarnaast ook explicieter dan de Nederlandse overeenkomstige passages. Dit komt vooral tot uiting in het grote aantal zelfstandige naamwoorden die de Britten toevoegen aan de oorspronkelijke webtekst. Voor vervolgonderzoek suggereren wij een uitbreiding van de woordtypen die wij gebruikt hebben om de webteksten te analyseren. Andere combinaties van verschillende dimensies en oriëntaties kunnen het inzicht in tekstuele culturele aanpassingen ook vergroten. Ook de invloed van het commerciële aspect van deze websites op de culturele analyse moet in acht genomen worden.

Door Annelotte Matser en Talisa Devriesere (werkgroep 3, Janneke Fernhout)

Reageer: