Interculturele Communicatie

Presentaties BA-cursus, blok 2 2010-2011, Dep. Nederlands, Universiteit van Utrecht

Aanspreekvormen in het Duits en het Nederlands in een meertalige situatie

“Ist es Ihnen Recht, wenn ich Sie duze? Of wil je liever dat ik U tegen je zeg?” Als sprekers van verschillende talen voor het eerst met elkaar praten kan het onduidelijk zijn of je de ander met de formele (u) of de informele (jij) vorm moet aanspreken.

In de grensregio van Duitsland en Nederland worden er vergaderingen gehouden waar ieder zijn eigen taal spreekt. In dit soort taalsituaties kan verwarring ontstaan welke aanspreekvorm je moet gebruiken. Moet je je eigen cultureel bepaalde regels voor aanspreekvormen gebruiken? Of vragen wat de ander wil? In mijn onderzoek heb antwoord gegeven op de onderzoeksvraag ‘Welk verschil zien wij in het gebruik van de aanspreekvormen u / jij in het Nederlands en Sie / Du in het Duits in een meertalige situatie?’ met de subvraag ‘Is er sprake van accomodatie (aanpassing) of ontwijkend gedrag (gebruik van meervoud: jullie/ihr)?’. Zoals in de literatuur van de Jongste genoemd wordt, wordt in het Nederlands snel getutoyeerd omdat de formele vorm als te afstandelijk gezien wordt. In het Duits daarentegen wordt in eerste instantie de formele vorm gebruikt totdat er officieel overgeschakeld wordt en iemand het Du voorstelt te gebruiken.

In de transcripten die ik onderzocht heb wordt er niet over gepraat hoe men elkaar aanspreekt, er wordt ook niet aangeboden om ‘Du’ te gaan zeggen. In plaats daarvan gebruikt men grotendeels de regels die men uit zijn eigen cultuur kent. Des te kleiner de eigen taalgroep is, des te meer de neiging om zich aan te passen. Een voorbeeld hiervan was een Duitser die de enige Duitser in de groep was en die zijn collega’s met dezelfde aanspreekvorm aan ging spreken met die hij ook aangesproken werd. Ontwijkend gedrag was in beide transcripten amper aanwezig.

Reageer: